Neben ........ ist noch Platz.

neben: 3e of 4e naamval.
Als je kunt vragen waar is er plek? Er is geen verandering, dan volgt de 3e naamval.
Ga naast me zitten: Setz dich neben mich. Dat is een verandering van plek, dan volgt de 4e naamval.
mein: bezittelijk
Afb.: Titelblatt des bekannten Kinderbuchs mit gleichem Titel von Paul Maar.
Die Radtour in den Alpen war eine richtige (uitdaging) ........ .

fordern: eisen / herausfordern: uitdagen
die Ausdauer: uithoudingsvermogen, volharding
Für einen Marathon braucht man Ausdauer.
Het woord is ook onder Nederlandse sportliefhebbers bekend.
Herausdauerung bestaat niet.
"Wat ben je op dit moment aan het doen?"
Was tust du denn so?: Wat doe je zoal?
Was beschäftigt dich gerade?: Wat houdt je bezig (mentaal)?
Womit beschäftigst du dich?: Welke bezigheden voer je uit?
gerade: nu, zonet
Doen is in het Duits heel vaak machen.
Het is niet makkelijk om tun te onderscheiden van machen als je iets wilt vertalen.
Derhalve zijn standaardzinnen handig om te kennen.
Kennst du (deze) ........ Mann?
du (kennst): onderwerp
diesen Mann: lijdend voorwerp, 4e naamval
dieser Mann: 1e naamval
diesem Mann: 3e naamval
diese: vrouwelijk of meervoud 1e en 4e naamval