MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 15-10-2021 (niveau 3)



eerdere test 15 OKT geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 15-10-2021 zo ingevuld:



Der Fußgänger klopft gegen die Scheibe und zeigt dem Fahrer den Vogel.

De voetganger tikt tegen het raampje en ........


61 % (afgerond)tikt met de vinger tegen zijn voorhoofd. 
8 % (afgerond)geeft een teken dat hij om een lift vraagt.
24 % (afgerond)wijst naar een vogel op de weg.
6 % (afgerond)wijst op een verkeersbord en wil dat de chauffeur stopt.

(aan iemand) jemandem den Vogel zeigen: met de wijsvinger op het eigen voorhoofd tikken betekent iemand voor gek verklaren: Du hast / Sie haben wohl einen Vogel! Du spinnst / Sie spinnen!

om een lift vragen (duimen): trampen / per Anhalter fahren; Zeichen: den Daumen zur Seite strecken. 

 

Een opgave van K.C. van der Wolf.



Zie ook de pagina Links.



Ich habe ........ gefragt, was er von der neuen Methode hält.

 

             


25 % (afgerond)ihm
75 % (afgerond)ihn 
er

Fragen heeft de vaste 4e naamval: Ich frage ihn/Sie/sie.

 

In het Duits combineren enkele werkwoorden standaard met de 4e naamval, waar het in het Nederlands om een meewerkend voorwerp gaat: fragen, bitten, kosten, lehren (doceren).

Ich bitte Sie. Es kostet ihn keinen Cent. Sie lehrt ihn kochen (formeel taalgebruik).

Er komt hier dus in een zin eventueel tweemaal de 4e naamval voor.



Zie ook de pagina werkwoorden met vaste naamval.



De uitdrukking 'Da bleibt einem die Spucke weg!' komt ongeveer overeen met: ........


3 % (afgerond)Daar krijgt men een droge mond van.
11 % (afgerond)Hier snap ik geen barst van.
86 % (afgerond)met stomheid geslagen. 

met de mond vol tanden staan / sprakeloos (sprachlos) zijn van verbazing en/of verontwaardiging;

ook gebruikelijk: Jetzt bin ich aber platt!

die Spucke: onderwerp

einem - jemandem - mir: meewerkend voorwerp

 

Hier snap ik geen barst van: Ich kapier' das total nicht. / Ich steh' total auf dem (auf'm) Schlauch.

Daar krijgt men een droge mond van (bijv. een medicijn):

Das trocknet den Mund aus. / Davon bekommt/kriegt man einen trockenen Mund.



Zie ook de pagina spreekintenties alfabetisch .



Ich will das mal ausprobieren.

Ich habe nämlich gehört,   ........ sehr gut sein ........ .


2 % (afgerond)das das- muss
7 % (afgerond)das dass - soll
80 % (afgerond)dass das - soll 
12 % (afgerond)dass das - muss

Ich habe gehört + das (voorwerp/handeling) soll sehr gut sein.

dass: voegwoord

das: het/dit; lidwoord / aanwijzend voornaamwoord

 

Ich habe gehört: een gerucht geef je weer met sollen.

Er soll im Lotto gewonnen haben.

Das muss sehr gut sein: het kan niet anders dan dat...

(Zie evt. bij 'dürfen, müssen, sollen.)



Zie ook de pagina Bijwoorden / voegwoorden / kommaregels.



TOTAALRESULTAAT:
76% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)