MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 22-09-2021 (niveau 2)



eerdere test 22 SEP latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 22-09-2021 zo ingevuld:



Ich wünsche ........ Geburtstag.

 


2 % (afgerond)dir allem Gute für deine
8 % (afgerond)dir alles Gute für dein
12 % (afgerond)dich alles Gute zu deinem
78 % (afgerond)dir alles Gute zu deinem 

aan iemand (wensen): jemandem, meewerkend voorwerp, dus 3e naamval

all- hoort bij de der-die-das groep

das Gute - alles Gute: 1e en 4e naamval; hier lijdend voorwerp, dus 4e naamval;

 

zum Geburtstag gratulieren, etwas zum Geburtstag schenken

für deinen Geburtstag: heeft betrekking op de dag zelf (bijvoorbeeld wens je dat alles goed verloopt)

 

In deze volledigheid wordt de zin meestal alleen schriftelijk gebruikt.



Zie ook de pagina standaardzinnen met 3e naamval.



"Er soll im Lotto gewonnen haben!"

 

            

 

De strekking van deze zin: ........


73 % (afgerond)Men zegt dat hij de lotto gewonnen heeft. 
9 % (afgerond)Hij beweert dat hij de lotto gewonnen heeft.
18 % (afgerond)Hij moet de lotto hebben gewonnen.

Het werkwoord sollen heeft meerdere betekenissen.

Onder andere 'een gerucht uiten': "Men zegt dat...".

 

Hij moet de lotto hebben gewonnen: het kan niet anders dan dat hij gewonnen heeft. Hiervoor zou er dus een aanwijzing moeten zijn: "Hij smijt met geld, dus hij zal/moet wel..." Maar een dergelijke aanwijzing staat niet in de zin van de opgave.



Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



Er rannte so schnell er (kon) ........ .

 


68 % (afgerond)konnte 
25 % (afgerond)könnte
7 % (afgerond)kannte
kennte

können - konnte - gekonnt: in staat zijn om iets te doen

kennen - kannte - gekannt: iets geleerd hebben, weten, iets/iemand kennen

 

De vorm könnte is aanvoegende wijs. Het zou kunnen: Es könnte sein.

 

rennen - rannte - gerannt

 

foto: UNSPLASH/SPORLAB



Zie ook de pagina onregelmatig.



Können Sie mir bitte eine Auskunft erteilen?

 

Die/eine Auskunft erteilen: ........ :


76 % (afgerond)inlichting geven 
23 % (afgerond)uitkomst mededelen
1 % (afgerond)aankomst voorbereiden

die Auskunft (uitgang -kunft: vrouwelijk): inlichting, informatie

 

erteilen (geven): wordt ook gebruikt voor 'einen Rat erteilen / einen Auftrag erteilen / Unterricht erteilen' (les geven)

uitkomst: das Ergebnis

aankomst: die Ankunft



Zie ook de pagina weetwoorden II.



TOTAALRESULTAAT:
74% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)