MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 18-01-2022 (niveau 2)



eerdere test 18 JAN geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 18-01-2022 zo ingevuld:



........ Abfall wird morgen abgeholt.

 


8 % (afgerond)Den
74 % (afgerond)Der 
2 % (afgerond)Die
16 % (afgerond)Das

Der Abfall: in het Duits dus niet onzijdig.

Zelfstandige naamwoorden, gevormd uit de stam van een werkwoord, zijn overwegend mannelijk:

der Abfall (ab-fall-en), der Verband (binden-band-gebunden), der Besuch, ...



Zie ook de pagina geslacht.



Fast 30% ........ mit Migrationshintergrund haben eine höhere Schulbildung.


74 % (afgerond)der Deutschen 
7 % (afgerond)den Deutschen
19 % (afgerond)der Deutscher

Der/die Deutsche is afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord:

der deutsche Mann - die deutsche Frau

der Deutsche - die Deutsche

meervoud: die Deutschen

van de Duitsers, dus 2e naamval meervoud: der Deutschen.

 

I.t.t. andere nationaliteiten, bijv. der Türke - die Türkin, der Schwede - die Schwedin; der türkische Mann - die schwedische Frau.

 

Met een lidwoord in het meervoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord in alle naamvallen de uitgang -n.

 

In Duitsland was 'allochtoon' nooit in gebruik, maar is de formulering zoals in de zin van deze opgave.



Zie ook de pagina der/die/das-groep all- welch- manch-.



Das kannst du selber entscheiden. 

........ du sparst für dein iPhone ........ du musst es auf Abzahlung kaufen.

 

 


89 % (afgerond)Entweder ... oder 
1 % (afgerond)Weder ... noch
1 % (afgerond)Nicht nur ... sondern auch
10 % (afgerond)Ob ... ob

Er is een keuzemogelijkheid: of ... of, 

daarbij kun je in het Nederlands het eerste of weglaten;

 

weder - noch: noch het een noch het ander

nicht nur ... sondern auch: niet alleen ... maar ook

 

auf Abzahlung kaufen / auf Raten kaufen

spreektaal: abstottern



Zie ook de pagina Bijwoorden / voegwoorden / kommaregels.



Ik ben snel aan de nieuwe omgeving gewend geraakt.


5 % (afgerond)Ich habe schnell an der neue Umgebung gewöhnt.
3 % (afgerond)Ich bin schnell an die neue Umgebung gewöhnt.
84 % (afgerond)Ich habe mich schnell an die neue Umgebung gewöhnt. 
8 % (afgerond)Ich bin mir schnell an den neuen Umgebung gewöhnt.

sich gewöhnen an: wederkerend (ich gewöhne mich), gevolgd door an: 4e naamval.

Ich habe mich an (dich/ihn/den Zustand etc.) gewöhnt: de voltooide tijd wordt met haben gevormd.

Dit is een vaste combinatie van een 'mentaal' werkwoord met een voorzetsel. Net als denken an, glauben an en enkele meer.



Zie ook de pagina met 3e/4e naamval.



TOTAALRESULTAAT:
80% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)