........ Briefumschlag ist noch nicht zugeklebt.

Der Briefumschlag: de stam van een werkwoord (schlag-en) vormt de kern van het woord.
Deze woorden zijn overwegend mannelijk, hier onderwerp.
zukleben: dichtplakken
........ ihr schon, ob ihr zu meiner Party kommen könnt?
wissen
ich weiß, du weißt: na -ei- schrijf je -ß-
ihr wisst: korte -i-, dus -ss-
Ich bin 1 Meter 71 ........ .
lichaamslengte: die Größe / Körpergröße
Lang gebruik je alleen voor een meer dan gemiddelde lengte van een persoon (ein langer Lulatsch: een lange slungel).
Voor deze zin kun je beide woorden gebruiken:
Niederländer sind die größten / die längsten Menschen der Welt.
Hoch: alleen voor voorwerpen (die Höhe, die Länge, die Breite, die Tiefe).
die Größe ook: kledingmaat
Je hebt een klacht over een aankoop in een winkel. Je zegt:
"Ich möchte bitte den (directeur) ........ sprechen."

der Geschäftsführer: manager/directeur (letterlijk: zakelijke leider)
der Betriebsleiter: manager productie van een fabriek
der Stellvertreter: plaatsvervanger
der Angestellte / ein Angestellter: medewerker
(Voornamelijk voor kantoorpersoneel gebruikelijk, maar in het meervoud ook algemeen voor alle medewerkers, dus 'het personeel').