Der Abfallcontainer ist ........ (daarginds).
da drüben: wijst een richting aan voor een plek enigszins dichtbij of zichtbaar (daarzo)
(es ist) dahinter: erachter, dus achter iets anders
dahinten/dort hinten: daarginds achter
gegenüber (voorzetsel 3e): tegenover
entgegen (voorzetsel 3e): tegemoet
drüben ook voor: aan de overkant
hüben und drüben: aan deze en aan de overkant
........ Haus muss renoviert werden.
Unser Haus is hier onderwerp in een lijdende zin: das, (m)ein, unser, euer, Ihr Haus: 1e (en 4e) naamval onzijdig.
Onzijdige woorden hebben in de 1e en 4e naamval dezelfde vorm.
4e naamval: Wir müssen unser Haus renovieren.
Das Dach unseres Hauses: 2e naamval.
Die Tür von unserem Haus: 3e naamval.
unseren: 4e naamval mannelijk / 3e naamval meervoud
(Het kind is/werd net door een wesp gestoken.)
Das Kind ........ gerade ........ einer Wespe gestochen.

Lijdende zinnen worden met werden gevormd.
Verleden tijd: wurde gestochen.
Een 'levende veroorzaker' staat na von (3e naamval).
Ich wurde von ihm angerufen. Meine Haare wurden vom Friseur geschnitten.
De voltooide tijd wordt aangevuld met worden: Das Kind ist von einer Wespe gestochen worden.
Alle Verkehrsteilnehmer müssen (rekening houden met elkaar) ........

rücksichtslos (-los [loos] = zonder) nalatig, nietsontziend
Deze term uit het Duits wordt ook in het Nederlands gebruikt.
die Übersicht: het overzicht
die Umsicht: de bedachtzaamheid / omzichtigheid
die Nachsicht: de toegevendheid
Woorden met de uitgang -sicht zijn vrouwelijk:
die Sicht, die Aussicht (geldt niet voor das Gesicht)
Foto: wikipedia Eysteinn Guðni Guðnason