Wenn jemand zwei linke ........ hat, nennt man ........ spaßeshalber 'Grobmotoriker'.
die Hand - die Hände (1e en 4e naamval)
Enkele vrouwelijke woorden hebben in het meervoud een umlaut en de uitgang -e: die Wände, die Bänke (zitbanken), die Kräfte, die Nächte, die Städte.
(Man nennt) ihn: lijdend voorwerp
spaßeshalber: voor de lol
Der Bibliothekar (slaat) ........ den Katalog bei dem Buchstaben C auf.

schlagen - schlug -geschlagen: sterk werkwoord met -a-
ich schlage
du schlägst
er, sie, es schlägt
ihr schlagt
Der Sohn ist (groter dan) ........ sein Vater.
groot - groter dan - het grootst: groß - größer als - am größten
Der Sohn ist größer als der Vater.
Koppelwerkwoord ist: beide woorden staan in de 1e naamval.
De vergrotende trap wordt verbonden met als.
Ebenso/genauso groß wie: bij een overeenkomst gebruik je wie.
In spreektaal hoor je echter ook: größer wie, net als Nederlanders vaak (foutief) zeggen groter als.
Drie woorden hebben de betekenis 'geweldig'.
Welk woord hoort NIET in het rijtje ?
![]()
verhunzt: verprutst
Die Aussicht ist durch Abfallberge verhunzt (ook: verschandelt).
hervorragend: met name voor bijzonder goede kwaliteit (letterlijk: uitstekend)
wunderbar: geeft vooral een zeer positieve emotie/ervaring weer
großartig: in alle gevallen van geweldig, fantastisch e.d. toepasbaar
(NB gewaltig gebruik je in het Duits als versterking in de zin van massief/overweldigend: ein gewaltiger/gewaltig starker Wasserfall)