Je zult toch niet opgeven? - Du ........ doch nicht aufgeben?

Met werden druk je de toekomst uit:
ich werde - du wirst - er, sie, es wird.
du sollst: je moet op gezag van een ander
gehen: lopen of ergens heengaan
Ich gehe zu Fuß. Ich gehe in die Küche: ik loop naar de keuken.
Ich gehe in die Stadt. Dat kan ook met de tram of fiets, maar meestal zegt men dan 'Ich fahre in die Stadt'.
Naar een andere stad: ich fahre/fliege nach ...
Nico sucht sich ........ Hockeyschläger (stick) aus.
Der/ein Schläger: woorden met de uitgang -er zijn overwegend mannelijk.
der Tennisschläger: tennisracket
Der Schläger kan ook een mannelijk persoon zijn die slaat.
(Ich kaufe) einen Hockeyschläger: lijdend voorwerp, 4e naamval.
sich etwas aussuchen (ook: auswählen): kiezen uit een aanbod
Die Auswahl an Kuchen war sehr groß. Ich konnte mich gar nicht ........ , was ich kaufen sollte.

sich (für etwas) entscheiden (wederkerig): kiezen uit een aanbod
ergänzen: aanvullen
erledigen: een werk (af)maken / een taak uitvoeren
beschließen: een besluit nemen; dat berust niet op een keuze tussen verschillende dingen zoals in deze zin, derhalve is beschließen hier niet correct.
Hoe schrijf je het meervoud van der Fluss?

der Fluss - die Flüsse
Fluss wordt met een korte klinker -u- [Nederlands oe als in soes] uitgesproken, en derhalve met -ss- geschreven.
Vergelijk
der Fuß - die Füße: de -ß- geeft aan dat de -u- en de -ü- lang worden uitgesproken - die Straße: straaze
In veel woorden met een enkele klinker is deze iets langgerekt:
der Flug, das Glas, das Mus, der Weg, ...