MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 17-03-2026 (niveau 1)



eerdere test 17 MRT geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 17-03-2026 zo ingevuld:



Wir fahren nie ohne ........ Hund in die Ferien.

 

   



6 % (afgerond)unser
16 % (afgerond)unserem
79 % (afgerond)unseren 

der/ein Hund: mannelijk dier (vrouwelijk: die Hündin)

ohne: voorzetsel met de 4e naamval

der/(m)ein/unser Hund (1e naamval)

4e naamval: ohne den/(m)einen/unseren Hund

 

unserem: 3e naamval - Das ist der Platz von unserem Hund.

fahren + in: er volgt de 4e naamval

die Ferien (altijd meervoud): (school)vakantie


Zie ook de pagina met 4e naamval.



Gestern hat es beim Nachbarn gebrannt.

Glücklicherweise konnte die Feuerwehr den Brand schnell ........ .



5 % (afgerond)legen
5 % (afgerond)stiften
7 % (afgerond)ausmachen
83 % (afgerond)löschen 

löschen: blussen

einen Brand stiften / legen: brand stichten

ausmachen: uitschakelen (bijvoorbeeld: das Licht ausmachen/ausschalten)

 

Het werkwoord löschen wordt ook gebruikt voor het lessen van dorst (den Durst löschen) en voor het ontladen van een schip/vrachtwagen (lossen). 


Zie ook de pagina Links.



Ik heb een vraag over deze rekening.

Wie gaat hierover?: ........ .



2 % (afgerond)Wie geht darüber?
9 % (afgerond)Wer geht darüber?
3 % (afgerond)Wer geht dafür?
86 % (afgerond)Wer ist dafür zuständig? 

zuständig sein: verantwoordelijk voor een bepaalde aangelegenheid, het hoort bij het takenpakket van de medewerker

 

Wer geht darüber?: Wie gaat naar de (over)kant?

Daarover/hierover: Darüber/hierüber mache ich mir keine Sorgen.

Wer geht dafür?: Geen correcte zin.

Wie = op welke manier, hoe.


Zie ook de pagina standaardzinnen N-D.



........ sind Sie?

 



82 % (afgerond)Wer 
5 % (afgerond)Wen
10 % (afgerond)Wie
3 % (afgerond)Wem

Sie: onderwerp

Wer?: Nederlands 'wie'?

Wer: vraagt naar het onderwerp (1e naamval). Wer ist am Telefon?

 

Wen: vraagt naar het lijdend voorwerp, 4e naamval.

Wen haben Sie gesehen? Wen möchten Sie sprechen?

 

Wem: 3e naamval, vraagt naar het meewerkend voorwerp.

Wem (aan wie) hast du das (lijdend voorwerp) gegeben?

 

Wie geht es Ihnen? Hoe gaat het met u?

Wie heißen Sie?: Hoe heet u?

Geen correcte zin: Wie sind Sie? = hoe bent u? Wel: Wie sind sie hierher gereist?


Zie ook de pagina vraagwoorden / vragende voornaamwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
82% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch