Ich ........ gerade ........ ehemaligen Schulfreundin begegnet.
Begegnen heeft de vaste 3e naamval: ich bin ihr / ihm / ihnen begegnet.
De voltooide tijd wordt met sein gevormd.
Ik ben iemand tegengekomen:
- Ich bin jemandem (3e) begegnet (toevallig, niet voorzien).
- Ich habe jemanden (lijdend voorwerp) getroffen (toevallig of afgesproken).
Enkele werkwoorden combineren met een vaste 3e naamval: begegnen, folgen, glauben, gratulieren, danken, helfen.
Es gibt Wale vor ........ Küste.
Wisselvoorzetsel vor: 3e of 4e naamval.
Hier is controlevraag: waar (3e naamval) zijn er walvissen?: vor der / einer / unserer Küste.
Vergelijk: Die Wale schwimmen vor die Küste. Ze komen eraan zwemmen vanuit de open zee.
In de vorige eeuw is de benaming der Walfisch veranderd in der Wal omdat het om een zoogdier gaat.
foto: commenswiki Buiobuione
Der Student sucht (een vakantiebaantje) ........ .
Het (vakantie)baantje: der Job (Aushilfsjob/Ferienjob).
Die Urlaubsvertretung: de periode of de reden waarvoor iemand gezocht wordt, soms ook voor de invaller voor de medewerker.
De student kan dus bijvoorbeeld einen Ferienjob als Urlaubsvertretung voor een vaste medewerker vinden.
die Stelle: de plaats / de (vaste) baan
die Urlaubsstelle: wordt wel eens gebruikt voor de opvang van huisdieren tijdens de vakantie
der Ferienplatz: algemene benaming voor vakantiegebied
Doe je ouders de hartelijke groeten van mij.
Etwas ausrichten: een boodschap doorgeven.
Bitte richte Grüße aus: doe de groeten.
Kort: Schöne Grüße an (4e) deine Eltern.
(Aan) je ouders: deinen Eltern (meewerkend voorwerp, 3e naamval).
3e naamval meervoud: alle onderdelen van de woordgroep krijgen de uitgang -n.
Der Gruß: stam van een werkwoord. Deze woorden zijn overwegend mannelijk. Hoofdregel meervoud mannelijk: umlaut + -e.
De overbrenger zegt: "Ich soll dir/euch schöne Grüße von den Holländern ausrichten."