MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 19-03-2025 (niveau 3)



eerdere test 19 MRT latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 19-03-2025 zo ingevuld:



Die Vergangenheitsbewältigung: ........ .



72 % (afgerond)het verwerken van het verleden 
6 % (afgerond)het verdoezelen van het verleden
5 % (afgerond)het verleden als afgedaan beschouwen
18 % (afgerond)de verheerlijking van het verleden

die Bewältigung: verwerking (hier via reflectie)

etwas bewältigen: een taak volbrengen, een probleem oplossen (Wir schaffen das!)

 

Bij dit begrip gaat het om het verwerken van de tijd van het nationaalsocialisme (der Nationalsozialismus) in het publieke domein (die Öffentlichkeit).

Maar mensen kunnen ook hun eigen verleden of problemen bewältigen.

 

verdoezelen: vertuschen

als afgedaan beschouwen: als erledigt betrachten

verheerlijking: die Verherrlichung


Zie ook de pagina 'Chefsache' en 'Habseligkeiten'.



(Keuzestress)

Wer ........ Wahl hat, hat ........ Qual.



21 % (afgerond)den, den
6 % (afgerond)die, der
12 % (afgerond)die, den
61 % (afgerond)die, die 

Die Wahl - die Qual (en die Zahl): uitzonderingen op de regel dat woorden bestaande uit de stam van een werkwoord mannelijk zijn.

 

Wie de keuze heeft, heeft ook de kwelling van het moeten kiezen.


Zie ook de pagina geslacht.



Hem werd gevraagd naar de vergadering te komen.

 

........ wurde gebeten, zur Sitzung zu kommen.



30 % (afgerond)Ihm
70 % (afgerond)Er 

bitten en fragen: werkwoorden met de vaste 4e naamval

Ich frage ihn. Ich bitte (verzoek) ihn.

Hem wordt gevraagd: lijdende zin.

In een lijdende zin verandert het lijdend voorwerp in het onderwerp.

Ich rufe ihn an. Er wird angerufen.

Dat geldt tevens voor werkwoorden met een vaste 4e naamval.

Ich bitte/frage ihn. - Er wird (von mir) gebeten/gefragt.

 

bitten en fragen: vaste 4e naamval

bitten - bat - gebeten: verzoeken

fragen - fragte - gefragt: een vraag stellen


Zie ook de pagina lijdende vorm.



Ze leest een dik boek.: ........

 



8 % (afgerond)Sie lest ein dickes Buch.
2 % (afgerond)Sie liest einen dicken Buch.
1 % (afgerond)Sie lest ein dicker Buch.
89 % (afgerond)Sie liest ein dickes Buch. 

ich lese, du liest, er/sie/es liest

 

das dicke Buch / ein dickes Buch: 1e en 4e naamval

De uitgang -s van het lidwoord (das) gaat in de (m)ein-groep naar het bijvoeglijk naamwoord.

 

 

 

 

 

 

foto Ralph Peters


Zie ook de pagina na ein/eine-groep.



TOTAALRESULTAAT:
73% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch