Die Vergangenheitsbewältigung: ........ .
die Bewältigung: verwerking (hier via reflectie)
etwas bewältigen: een taak volbrengen, een probleem oplossen (Wir schaffen das!)
Bij dit begrip gaat het om het verwerken van de tijd van het nationaalsocialisme (der Nationalsozialismus) in het publieke domein (die Öffentlichkeit).
Maar mensen kunnen ook hun eigen verleden of problemen bewältigen.
verdoezelen: vertuschen
als afgedaan beschouwen: als erledigt betrachten
verheerlijking: die Verherrlichung
(Keuzestress)
Wer ........ Wahl hat, hat ........ Qual.
Die Wahl - die Qual (en die Zahl): uitzonderingen op de regel dat woorden bestaande uit de stam van een werkwoord mannelijk zijn.
Wie de keuze heeft, heeft ook de kwelling van het moeten kiezen.
Hem werd gevraagd naar de vergadering te komen.
........ wurde gebeten, zur Sitzung zu kommen.
bitten en fragen: werkwoorden met de vaste 4e naamval
Ich frage ihn. Ich bitte (verzoek) ihn.
Hem wordt gevraagd: lijdende zin.
In een lijdende zin verandert het lijdend voorwerp in het onderwerp.
Ich rufe ihn an. Er wird angerufen.
Dat geldt tevens voor werkwoorden met een vaste 4e naamval.
Ich bitte/frage ihn. - Er wird (von mir) gebeten/gefragt.
bitten en fragen: vaste 4e naamval
bitten - bat - gebeten: verzoeken
fragen - fragte - gefragt: een vraag stellen
Ze leest een dik boek.: ........
ich lese, du liest, er/sie/es liest
das dicke Buch / ein dickes Buch: 1e en 4e naamval
De uitgang -s van het lidwoord (das) gaat in de (m)ein-groep naar het bijvoeglijk naamwoord.
foto Ralph Peters