(Lusten jullie geen spruitjes?) ........ ihr keinen Rosenkohl?
Het werkwoord mögen is onregelmatig:
ich mag - wir mögen - ihr mögt - sie mögen.
De vorm van ihr wijkt bij alle werkwoorden af van de andere meervoudsvormen, ook in de verleden tijd.
Als je iets niet lust, zelfs 'vies' vindt, kun je zeggen "Igitt / Igittigitt", of "Pfuiteufel" [pfoeitoifel].
Als je haar maar goed zit!
Hauptsache, ........ Frisur sitzt!
Woorden met de uitgang -ur zijn vrouwelijk: die Figur, die Diktatur, die Glasur, die Kultur, die Natur, die Skulptur, ...
(levensmotto)
Lieber mit (de) ........ Fahrrad zum Strand als mit (de) ........ Mercedes zur Arbeit.
mit: 3e naamval.
das Fahrrad: mit dem Fahrrad
kort: das Rad (ook: wiel)
der Mercedes (autotypen/automerken zijn mannelijk): mit dem Mercedes
der Strand, der Sand: in het Duits dus niet onzijdig
foto: www.szene1.at
Er räusperte sich.
zich herpakken: sich wieder in den Griff kriegen
onrustig / rumoerig zijn: unruhig sein / rumoren (roezemoezen)
hoesten: husten [lange -oe-]
kuchen: hüsteln [korte -u-]