Frühstückst du immer mit ........ Vater und ........ Schwester?

mit: voorzetsel met de 3e naamval
der/dein Vater - mit dem/deinem Vater
die/deine Schwester - mit der/deiner Schwester
Füllen Sie bitte ........ Antrag (aanvraag) aus.
der Antrag: aanvraag/verzoek
Woorden die uit de stam van een werkwoord (be-antrag-en) bestaan zijn overwegend mannelijk.
den/einen Antrag (ausfüllen): lijdend voorwerp, 4e naamval
Sie: onderwerp
"Ich muss mir mal die Füße vertreten."
de voet verzwikken: den Fuß verstauchen
te voet gaan: zu Fuß gehen
Nette formulering voor 'naar toilet' (zur Toilette): Ich muss mal austreten (toiletten waren vroeger buiten de woning).
(Het gebrek, tekort) ........ an Material führte zu kreativen Lösungen.
die Menge: de hoeveelheid / de menigte zoals in die Menschenmenge
das Gebrechen: lichamelijke beperking
der Makel: een fout of een beschadiging aan een voorwerp
das Material - die Materialien
materieel (gereedschappen): das Gerät / Gerätschaften
Het gebrek aan materiaal leverde creatieve oplossingen op.
führen zu: leiden tot