........ April war ........ Jahr ungewöhnlich warm und trocken.
De namen van jaargetijden zijn mannelijk:
der Frühling, der Sommer, der Herbst, der Winter.
das Jahr - dieses Jahr (1e en 4e naamval)
Een tijdsbepaling (Wanneer? Hoe lang?) zonder voorzetsel staat in de 4e naamval.
Im Radioprogramm 'Met het oog op morgen' wird seit Jahrzehnten das Lied 'Gute Nacht Freunde' gespielt, mit der Zeile:
"Was ich noch zu sagen (aanvoegende wijs: had) ........ . "

Deze regel uit een lied van de Duitse singer-songwriter (Liedermacher) Reinhard Mey staat in de conjunctief: Wat ik nog zou willen/kunnen zeggen.
ich hatte: verleden tijd
ich habe: tegenwoordige tijd
Eine Frau in Capelle aan den IJssel ist mit 111 Jahren die (oudste) ........ Einwohnerin der Niederlande.
Koppelwerkwoord ist, dus beide woorden staan in de 1e naamval.
1e naamval mannelijk: die alte Frau - die älteste Frau
alt - älter - am ältesten - der/die/das älteste
Von kohlensäurehaltigem Mineralwasser kriege ich immer (de hik) ........ .

die Verschlickung: verzanden van een rivier, haven, meer
der Schlick: modder
die Verschlingung: verstrengeling
(verslikken, in het verkeerde keelgat schieten: sich verschlucken, etwas in den falschen Hals kriegen).
der Kreislauf: bloedcirculatie
der Kreislaufkollaps: zware onwelwording door problemen met de bloedsomloop
Spreektaal voor mineraalwater: das/der Sprudel / das Selters(wasser).