MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 25-06-2019 (niveau 1)



eerdere test 25 JUN geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 25-06-2019 zo ingevuld:



Die Kollegin kommt ohne (haar) ........ Mann zur Betriebsfeier.


2 % (afgerond)seinem
5 % (afgerond)seinen
77 % (afgerond)ihren 
16 % (afgerond)ihrem

ohne: 4e naamval.

die Kollegin: vrouwelijk persoon

haar man: ihr Mann (1e naamval) - ohne ihren Mann (4e naamval)



Zie ook de pagina met 4e naamval.



Die Kinder (snoepen) ........ gerne Süßigkeiten.


13 % (afgerond)schnuppern
4 % (afgerond)schnuffeln
83 % (afgerond)naschen 

Bij zoetigheid hoort het werkwoord naschen.

 

Schnuffeln, schnüffeln en schnuppern betekenen allemaal snuffelen: met de neus bewust een geur oppikken.

In een winkel rondsnuffelen op zoek naar iets leuks is: (rum)schnuppern.



Zie ook de pagina Links.



Wat is er met jou aan de hand?

Was ist mit ........


deiner Hand?
92 % (afgerond)dir los? 
dich an der Hand?
7 % (afgerond)dich los?

Was ist mit dir los: Wat heb je? Wat is er met jou? 

Was ist mit: moet aangevuld worden met de 3e naamval, bijvoorbeeld dir / ihm / Ihnen.

'Mit dich' (4e) is dus nooit correct.

 

Was ist mit deiner Hand?: wat is er met je hand / wat heb je aan je hand?



Zie ook de pagina standaardzinnen N-D.



Niemand (was in staat) ........ die Fragen beantworten.  


1 % (afgerond)kennte
50 % (afgerond)könnte
46 % (afgerond)konnte 
4 % (afgerond)kannte

können - konnte - gekonnt: kunnen, in staat zijn

Niemand konnte Antwort geben.

 

könnte: zou kunnen (aanvoegende wijs) 

 

kennen - kannte - gekannt: kennen, bekend zijn met

Niemand kannte den Mann.



Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



TOTAALRESULTAAT:
75% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)