MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 14-05-2019 (niveau 1)



eerdere test 14 MEI latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 14-05-2019 zo ingevuld:



Der Deutschkurs hat im September angefangen.

........ Mittwoch gehe ich immer (naar de) ........ Deutschkurs.


19 % (afgerond)Am, nach
2 % (afgerond)An, zu
78 % (afgerond)Am, zum 
1 % (afgerond)Auf, nach

Weekdagen zijn mannelijk: der Mittwoch, der Freitag.

Am (3e naamval) gebruik je bij dagen/dagdelen/data: am Samstag, am Morgen, am 10. April.

 

Tijdsbepalingen (wanneer?) met voorzetsel staan altijd in de 3e naamval: (an + dem) am Mittwoch.

 

Zu: naar personen en specifieke plaatsen. Ich gehe zum Deutschkurs / zum Markt / zu meiner Oma.

Voorzetsel met de 3e naamval.

Manneljk: zu + dem = zum.

Vrouwelijk: zu + der = zur.

Nach: voor steden en landen. Wir fahren nach Deutschland / nach Berlin.



Zie ook de pagina met 3e naamval.



Wo ist sein (kantoor?) ........ ?


1 % (afgerond)Zeichentisch
4 % (afgerond)Schreibtisch
95 % (afgerond)Büro 

der Schreibtisch: bureau, schrijftafel

das Büro: de kantoorruimte

der Zeichentisch: tekentafel

 

In Noord-Duitsland wordt nog wel eens (het verouderde) woord 'das Kontor' gebruikt.



Zie ook de pagina Falsche Freunde.



Das hat gar keinen Zweck. 

 

Dat heeft ........ .


4 % (afgerond)geen enkel voordeel
87 % (afgerond)volstrekt geen zin 
9 % (afgerond)helemaal geen bedoeling

Der Zweck (tswek): de bedoeling / het doel waarom iets gedaan wordt.

Das hat gar keinen Zweck: volstrekt geen zin / geen enkel nut/doel.

Der Zweck heiligt die Mittel: het doel heiligt de middelen.

 

Niet expres / niet de bedoeling: keine Absicht (-sicht: vrouwelijk). Das war keine Absicht: dat was geen opzet.

Geen enkel voordeel: kein einziger Vorteil (stam werkwoord: mannelijk).



Zie ook de pagina standaardzinnen N-D.



(Een wens doen: wünschen)

Du hast heute Geburtstag, (je mag) ........ dir etwas wünschen!


13 % (afgerond)du möchtest
10 % (afgerond)du magst
78 % (afgerond)du darfst 

dürfen = toestemming hebben: du darfst (je mag)

mögen = houden van, lusten: du magst

du möchtest: je wilt graag

 

Sinterklaas om een cadeau vragen: sich etwas vom Nikolaus wünschen.

Ich wünsche mir (3e naamval) eine Playstation (4e naamval).



Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



TOTAALRESULTAAT:
84% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)