MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 23-09-2021 (niveau 2)



eerdere test 23 SEP latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 23-09-2021 zo ingevuld:



"Das ist sehr aufmerksam."


13 % (afgerond)Dat is opmerkelijk.
1 % (afgerond)Dat is heel aangenaam.
85 % (afgerond)Dat is heel attent. 
1 % (afgerond)Dat is opzichtig.

"Das ist sehr aufmerksam (von Ihnen)" is vrij formeel taalgebruik.

Je zegt het bijv. bij het ontvangen van een cadeautje van iemand waarmee je een formele relatie hebt.

 

opmerkelijk: bemerkenswert

opzichtig: auffällig

aangenaam: angenehm



Zie ook de pagina standaardzinnen N-D.



(De vuurtoren) ........ ist das Wahrzeichen von Texel.

 

   


4 % (afgerond)Der Feuerturm
71 % (afgerond)Der Leuchtturm 
25 % (afgerond)Der Lichtturm

leuchten: hell scheinen - der Stern leuchtet

der Turm: mannelijk woord, bestaand uit de stam van een werkwoord

Het werkwoord türmen betekent tegenwoordig de benen nemen (weglopen om niet gepakt te worden). Vroeger was de betekenis specifiek: bij een aanval naar de weertoren van een burg vluchten.

 

der Feuerturm: bestaat niet

das Feuerschiff: verankerd schip met sterk licht dat, net als een vuurtoren, een navigatiefunctie vervult

das Wahrzeichen: kenmerkend gebouw, landmark (bijvoorbeeld een berg) waaraan je een stad of streek herkent



Zie ook de pagina Links.



........ Süden der Niederlande ist teilweise hügelig.

 


2 % (afgerond)Die
76 % (afgerond)Der 
5 % (afgerond)Den
17 % (afgerond)Das

Windstreken zijn mannelijke woorden:

der Norden, der Westen, der Osten.

 

Woorden met de uitgang -en zijn overwegend mannelijk.

Net als woorden met de uitgang -el: der Hügel (de heuvel).

 

hügelig: heuvelachtig

die Niederlande: altijd meervoud met lidwoord



Zie ook de pagina geslacht.



Ich wohne (boven) ........ einem Supermarkt.

 

          


39 % (afgerond)oben
61 % (afgerond)über 

über= boven of over: voorzetsel

Er wordt een relatie tussen personen, voorwerpen of plaatsen aangegeven: Ich sitze neben dir, die Zeitung liegt auf dem Tisch.

In het Duits volgt na een voorzetsel een 3e of 4e naamval (soms een 2e).

 

oben = boven: bijwoord

Ich wohne oben, mein Freund wohnt unten (beneden).

De twee informaties staan los van elkaar.

 

über: combineert met de 3e of de 4e naamval 

wohnen: is een toestand, derhalve 3e naamval

Der Supermarkt verandert hier in: wonen über dem Supermarkt (3e naamval).



Zie ook de pagina Voorzetsels.



TOTAALRESULTAAT:
74% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)