MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 18-01-2022 (niveau 1)



eerdere test 18 JAN geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 18-01-2022 zo ingevuld:



Das neue Handy hat viele Möglichkeiten.

Sie telefoniert viel mit  ........ Handy.

 


7 % (afgerond)ihres
6 % (afgerond)ihr
16 % (afgerond)ihren
71 % (afgerond)ihrem 

das Handy/ihr Handy: het/haar mobieltje (1e en 4e naamval)

mit: 3e naamval - mit ihrem Handy

 

die Tastatur ihres Handys: 2e naamval

Ihren/ihren: uw/hun in combinatie met mannelijke woorden of meervoud



Zie ook de pagina ein/eine-groep - bezittelijk voornaamwoord.



Hoe bestel je gegrilde kip met friet?

Ich möchte gerne ........ mit Pommes.

 


3 % (afgerond)Henne
8 % (afgerond)Hähne
88 % (afgerond)Hähnchen 
Kippen

(Gegrilltes/gebackenes) Hähnchen staat op de menukaart.

das/ein Hähnchen - die Hähnchen

die Henne: hen, moederkip

die Hähne: meervoud van der Hahn (haan)

die Kippen (meervoud): liggen in de asbak (peuken)

 

kippensoep: die Hühnersuppe; kipfilet: das Hühnerbrustfilet, das Hähnchenbrustfilet

das Hühnchen (kleine kip): wordt gebruikt voor niet gebakken of gegrilde kipgerechten (in stukjes verwerkt), bijvoorbeeld 'Hühnchen in Sahnesoße'

soepkip: das Suppenhuhn



Zie ook de pagina Falsche Freunde.



"Hallo Martin, ich kann jetzt nicht telefonieren. Ich bin jetzt gerade (op school):   ........ . 

 


78 % (afgerond)in der Schule 
12 % (afgerond)auf der Schule
11 % (afgerond)zur Schule

in der Schule sein: bedoeld wordt hier in het schoolgebouw zijn, en daar mag je niet bellen;

in + sein: 3e naamval

 

zur Schule gehen = naar school gaan: naar het gebouw gaan maar ook op school zitten.

"Gehst du schon/noch zur Schule?" (schoolplichtig zijn)

auf der Schule: (boven) op het schoolgebouw



Zie ook de pagina Voorzetsels.



Der Unfall war schrecklich.

Hast du ........ Unfall gesehen?

 


5 % (afgerond)dem
90 % (afgerond)den 
5 % (afgerond)der

der Unfall: mannelijk woord (zie eerste zin)

(Ich sehe) den Unfall: lijdend voorwerp, dus 4e naamval.

 

Woorden die uit de stam van een werkwoord (fall-en) bestaan zijn overwegend mannelijk.



Zie ook de pagina geslacht.



TOTAALRESULTAAT:
82% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)